In het archief van de gemeente Rosmalen is het volkstellingsregister van 1 januari
1840 bewaard gebleven. Hier wordt een alfabetische index op deze volkstelling gepubliceerd.
Niet alleen in Rosmalen, maar in alle gemeenten van het Koninkrijk der Nederlanden
werd eind 1839 de omvang van de bevolking vastgesteld. Alvorens op de Rosmalense
telling in te gaan, eerst iets over het fenomeen van volkstellingen in Nederland.
Sinds het einde van de 18e eeuw zijn in ons land volkstellingen gehouden.
De eerste volkstelling vond plaats in 1795. Het nieuwe bestuur van de Bataafse Republiek
wilde de omvang van de bevolking weten om een nieuw stelsel van kiesdistricten te
kunnen ontwerpen. Men kan dit als de eerste ‘nationale’ telling beschouwen.
Een nieuwe stap werd gezet in 1828. Koning Willem I plaatste op 29 september van
dat jaar zijn handtekening onder een wet die een eerste algemene volkstelling in
Nederland voorschreef. Tevens werd vastgelegd dat zo’n telling elke tien jaar diende
plaats te vinden. Het Koninklijk Besluit (KB) van 1828 vormde tot de totstandkoming
van de Volkstellingenwet van 1879 de grondslag voor het houden van volkstellingen.
In 1829 werd uitvoering gegeven aan het KB en vond de eerste echt nationale telling
plaats. Men ging uit van het begrip ‘werkelijke bevolking’. Onder ‘werkelijke bevolking’
werd verstaan de bevolking die werkelijk woonde in een bepaalde gemeente of daar
gewoonlijk verblijf hield. Ook personen als bijv. schippers die tijdelijk afwezig
waren, werden meegeteld bij de gemeente die daadwerkelijk hun woonplaats was.
Een decennium later werd dus de tweede algemene tienjarige volkstelling gehouden.
Volgens het KB van 4 september 1839 (no 98) zou de telling geschieden volgens de
bepalingen en voorschriften van de volkstelling van 1829. Vanwege de overheid werd
nogmaals verzekerd dat de maatregel van de koning geen ander doel had dan het aanleggen
van uitvoerige volksregisters, ‘bevattende alle zoodanige opgave en bijzonderheden
nopens de bevolking, welker kennis in het belang van den staat, nuttig en noodzakelijk
is bevonden’. Evenals in 1829 ging men uit van de ‘werkelijke bevolking’.
Later, bij de volkstellingen van 1849, 1859 en 1869, paste men het begrip ‘feitelijke
bevolking’ toe. Dat hield in dat men alle personen die fysiek op het moment van telling
in een gemeente aanwezig waren, tot de bevolking van die gemeente rekende.
Het genoemde KB van 4 september 1839 bepaalde dat de telling aanving op 18 november
en afgelopen moest zijn voor 31 december daaraanvolgende. Bij de ingezetenen werden
biljetten afgegeven, die moesten worden ingevuld. In een ‘invullingsregister’ werden
de gegevens van de opgehaalde biljetten opgeschreven en vervolgens werden veranderingen
die zich in de burgerlijke stand en loop der bevolking tot 1 januari 1840 voordeden
genoteerd. Vervolgens werd naar dit zogeheten ‘verbeterd register’ een in het net
geschreven, tweede register aangelegd, die de toestand van de bevolking op 1 januari
1840 weergaf. In de gemeente Rosmalen hebben de leden van de gemeenteraad samen met
de gemeentesecretaris zich belast met de werkzaamheden voor de volkstelling; ze kregen
daarvoor f 1,- voor elke 100 ‘zielen’. Het inhoudelijk karakter van de werkzaamheden
is weliswaar niet nader aangeduid, maar aangenomen mag worden dat het gaat om het
afgeven en ophalen van de biljetten en misschien ook voor een deel het invullen ervan.
Voor de in totaal 1797 getelde personen werd f 18,- uitbetaald.
Dan enkele opmerkingen over de volkstelling van 1839 in Rosmalen en de alfabetische
index daarop.
Bij de volkstelling werden van elke Rosmalenaar de volgende gegevens genoteerd:
- leeftijd
- geboorteplaats
- burgerlijke staat (in Rosmalen is dat niet consequent vermeld)
- beroep (eveneens niet altijd vermeld)
- godsdienst
In de alfabetische index zijn voor burgerlijke staat de volgende afkortingen gebruikt:
- G = getrouwd
- O = ongehuwd (doorgaans werd de aanduiding ‘jongedochter’of ‘jongeman’ gebruikt)
- JD = jongedochter (=niet gehuwde vrouw)
- JM = jongeman (=niet gehuwde man)
Hoe zit met de betrouwbaarheid van de gegevens?
De telling in Rosmalen is niet zonder fouten. Zo is verschillende malen in de verkeerde
kolom, afgaande althans op de voornaam van de persoon, de aanduiding ‘JM’ (Jongeman)
of ‘JD’ (jongedochter) genoteerd. Niet altijd is dit in het register gecorrigeerd.
Als het om omissies gaat, spreken een paar voorbeelden boekdelen: een kind dat overleed
op 22 november 1839 (Gerardus van de Vliert) komt toch in het register voor, een
jonge vrouw die overleed op 22 december 1839 (Theodora van Berne) komt eveneens in
het register voor; en andersom, een kind dat op laatstgenoemde dag werd geboren (Wijnand
Brioul) wordt niet in de volkstelling genoemd. Zeer slordig is wel de vermelding
van een persoon, waarvan niet de naam wordt genoemd, maar die wel voor het totaal
is meegeteld. Het enige dat we weten, is dat het een 13-jarige katholiek was die
ten tijde van de telling in Hintham woonde. Of deze fout al bij het invullen van
het biljet is gemaakt of later, valt thans, bij gebrek aan archivalia, niet meer
te achterhalen. Misschien is de ziekte van een van de klerken van gemeentesecretaris
Nicolaas Esser Meerman hier debet aan geweest. Esser Meerman, tevens gemeenteontvanger
(en buiten dat ook nog notaris) zat december 1839, januari 1840 tot over zijn oren
in het werk. Dit was het gevolg van de reeds gememoreerde ziekte van zijn klerk,
het werk aan het volkstellingsregister, het opmaken van de gemeenterekening en dan
nog de toevloed aan gewone administratieve werkzaamheden die aan het begin van een
nieuw jaar moesten worden verricht.
In ieder geval heeft het Rosmalense volkstellingsregister van 1840 zijn feilen.