Rosmalen door P.Testas 1815

© 2010-2012 VanHeumen.info

Logo VanHeumen.info
HOOFDELIJKE OMSLAG
De hoofdelijke omslag was een plaatselijke belasting van het geschatte of vermoede inkomen van de ingezetenen in een gemeente. In een register werden de namen van belastingschuldigen vermeld met de te innen belastingaanslagen. Een dergelijk register heet een kohier.
Bij het Stadsarchief ’s-Hertogenbosch zijn van de gemeente Rosmalen de kohieren van de hoofdelijke omslag aanwezig over de jaren 1852 tot en met 1922 (ontbreken: 1876, 1909 en 1910).

Kohieren van 1899 en 1900  
Voor wat betreft de kohieren van de hoofdelijke omslagen van 1899 en 1900, die hier worden  gepubliceerd, gold de grondslag genoemd in het heffingsbesluit van de gemeenteraad van Rosmalen d.d. 14 november 1873. Artikel 2 van dit besluit luidde:
“De heffing geschiedt naar de zuivere inkomsten van de belastingschuldigen voortvloeiende uit bezittingen, onder aftrek der renten van de daarop klevende lasten, uit de renten van uitstaande kapitalen en de zuivere inkomsten van ambten, bedieningen, beroepen, bedrijven of ambachten, pensioenen, wachtgelden, lijfrenten en alle andere periodieke uitkeeringen van inkomsten hoe ook genaamd”.
Met dit heffingsbesluit wilde het gemeentebestuur van Rosmalen  meer handelen overeenkomstig artikel 243 van de Gemeentewet van 1851, dat stelde dat de heffing diende te geschieden “naar grondslagen, die voor een redelijke maatstaf van het inkomen der belastingschuldigen te houden zijn”.  
Het genoemd besluit van de Rosmalense gemeenteraad gaf ook een tabel van de klassen waarin de belastingplichtigen waarin ingedeeld:

Zuiver inkomen                       Belastbare som:
     f 1600,- en meer                geheel het bedrag van het zuiver inkomen
    f 1000,-  tot   f 1600,-       ¾ van het bedrag van het zuiver inkomen
    f   600,-  tot   f 1000,-       ½ van het bedrag van het zuiver inkomen
    f   300,-  tot   f   600,-       ¼ van het bedrag van het zuiver inkomen

Remissie (vermindering) op het zuiver inkomen met een bepaald percentage werd toegekend aan degenen die belast waren met “onverzorgde of aangehuwde kinderen of kindskinderen beneden de 15 jaren”. Zij die na aftrek van deze remissie een zuiver inkomen van minder dan f 300,-
’s jaars hadden, werden vrijgesteld van het betalen van hoofdelijke omslag.

Deze klassenindeling en de bepalingen inzake remissie en vrijstelling uit 1873 waren nog van kracht in 1899 en 1900, de jaren waarin de hier gepubliceerde kohieren werden opgemaakt door B&W en vastgesteld door de gemeenteraad. Wel was het totale bedrag dat de hoofdelijke belasting moest opbrengen sinds 1873 vergroot: in laatstgenoemd jaar was de totale som vastgesteld op f 660,- (f 600 en 10% overschrijding voor de suppletoire aanslagen), in 1896 wijzigde de gemeenteraad het maximum bedrag der heffing in f 880,- (f 800,- en 10% overschrijding voor de suppletoire aanslagen). Hij was tot deze verhoging gedwongen omdat de gemeentelijke uitgaven niet meer in de pas liepen met de inkomsten.
De belastingaanslag was in de jaren 1899 en 1900 0,3% van de belastbare som.

Ook de patiënten van psychiatrische inrichting Coudewater werden in de hoofdelijke omslag aangeslagen. Uit het verslag van een bezoek dat de Commissaris van de Koningin, baron Van Voorst tot Voorst op 21 juni 1902 aan de gemeente Rosmalen bracht, blijkt hoe dit in zijn werk ging. De 1e geneesheer-directeur hield een lijst bij van de 1e en 2e klassepatiënten die deze belasting moesten betalen. Het bedrag waarvoor deze patiënten werden aangeslagen, was gelijk aan de verpleegkosten die voor hen betaald werden. De genoemde geneesheer-directeur was ook verantwoordelijk voor het daadwerkelijk betalen van de aanslag.
In het kohier zijn de patiënten herkenbaar door het adres van Coudewater: in 1899 C 87 en, na de hernummering in dat jaar, in 1900 B 248.

De indeling van de kohieren van 1899 en 1900 was naar hoogte van het geraamd zuiver inkomen. Degene met het hoogste inkomen –zowel in 1899 als in 1900 was dat jonkheer M.A. Snoeck - kreeg nummer 1 en vervolgens werden met een oplopend volgnummer de belastingschuldigen met een steeds meer dalend zuiver inkomen opgesomd tot en met de vrijstelllingsgrens van f 300,- .

In de hier gepubliceerde overzichten is vermeld: de belastingschuldige, zijn volgnummer en wijkadres, het zuiver inkomen na aftrek van remissie, de belastbare som en tenslotte de belastingaanslag zoals door de gemeenteraad vastgesteld.

Kohieren  van 1908 en 1911
Bij wet van 21 september 1900 (Stbl 164) werd bepaald dat alle gemeentelijke besluiten betreffende hoofdelijke omslagen zouden vervallen indien zij niet vóór 1 januari 1902 waren herzien. De regering had het namelijk noodzakelijk gevonden enkele artikelen in de Gemeentewet te wijzen. Aangezien de gemeente Rosmalen niet zonder inkomsten uit deze belasting kon, werd door de raad op 24 juni 1901 een nieuw heffingsbesluit vastgesteld.
Gelijktijdig werd een verordening op de invordering van de hoofdelijke omslag vastgesteld.
Het heffingsbesluit was nog van toepassing ten tijde van het opmaken van de kohieren van 1908 en 1911.  
De nieuwe grondslag van deze belasting was volgens artikel 2 ervan  het jaarlijks zuiver inkomen waaronder
“wordt verstaan de som der werkelijke zuivere inkomsten:
uit roerende of onroerende goederen;
uit beroep, bedrijf, handel, nijverheid of onderneming, van welken aard ook;
uit arbeid, ambt, bediening, betrekking, wachtgeld, pensioen, lijfrente of andere periodieke uitkeering;
uit anderen hoofde, op welke wijze, krachtens welk recht of onder welke benaming ook.”
Het maximumbedrag dat de heffing moest opbrengen (in 1896 bepaald op f 880,-) werd in 1901 niet meer voldoende geacht. De gemeentelijke kas werd steeds zwaarder belast. In het bijzonder de Leerplichtwet en de te verwachten salarisregeling voor onderwijzers zouden grotere uitgaven vergen. Het bedrag waarvoor de hoofdelijke omslag werd geheven, werd dan ook bepaald op maximaal f 1500,- , dat nog met een bedrag van f 200,- voor de suppletoire aanslagen vermeerderd kon worden. In 1907 werd dit maximumbedrag verhoogd tot f 1700, - en  f 200,- voor suppletoire aanslagen, wat nog gold voor de hier gepubliceerde kohieren van 1908 en 1911.
De belastingvrije voet bedroeg f 300,- . Dit werd –in overeenstemming met artikel 3 van de genoemde wet van 21 september 1900- gemotiveerd met de opmerking dat die 300 gulden nodig werd geacht om in het levensonderhoud te kunnen voorzien.Voor de belastingschuldige die eigen of aangehuwde kinderen beneden 13 jaar (leerplichtige leeftijd) had, mocht de onbelastbare som nog met f 25,- per kind worden verhoogd, als tenminste die kinderen geen eigen inkomen hadden. Voor wie het geschat inkomen de op deze wijze berekende belastingvrije som niet overtrof, hoefde niet in de belasting bij te dragen.
Een klassenindeling, zoals de hierboven vermelde verordening van de Rosmalense gemeenteraad uit 1873 gaf, bevat het heffingsbesluit van 1901 niet meer.
De belastingaanslag voor de hoofdelijke omslag was in 1908 7% en in 1911 0,67% van het belastbaar inkomen.

In de hier gepubliceerde kohieren zijn eerst een aantal Bosschenaren genoemd (in 1908 acht en in 1911 tien), die in Rosmalen hun buitenverblijf hadden. De aanslag van deze belastingschuldigen berustte op het feit dat zij voor zich en hun gezin meer dan 90 dagen een gemeubelde woning beschikbaar hadden gehouden. Met het daadwerkelijk verblijf op hun buiten had het niet te maken. R. Heijmans uit ’s-Hertogenbosch verkeerde in januari 1908 ten onrechte in de veronderstelling dat hij de hoofdelijke omslag over 1907 niet hoefde te betalen omdat hij in de zomer van dat jaar niet (nog net geen) drie maanden op zijn buitenverblijf had gewoond. Op grond van art. 245 van de Gemeentewet behoefden deze Bosschenaren slechts voor 4/12 gedeelte van een vol jaar in de belasting bij te dragen. Vervolgens is de indeling van het kohier naar hoogte van het geschat inkomen. In een oplopend volgnummer (vanaf nummer 9 in 1908 en nummer 11 in 1911 dus) worden de belastingschuldigen met een steeds meer dalend geschat inkomen opgesomd. Ook de bewoners van psychiatrische inrichting “Coudewater” zijn weer voor de hoofdelijke omslag aangeslagen en in de kohieren opgenomen. Ze zijn herkenbaar door het wijkadres van “Coudewater”: het nummer B 248 (sinds 1900), wat in 1909 hernummerd werd in B 274.

In de hier gepubliceerde overzichten is vermeld: de belastingschuldige, zijn volgnummer en wijkadres, het geschat inkomen, het belastbaar inkomen na aftrek en tenslotte de belastingaanslag zoals door de gemeenteraad vastgesteld.
De belastingschuldigen in het suppletoir kohier zijn afzonderlijk genummerd; deze volgnummers zijn hier van een ‘A’ voorzien.

Bronnen en litteratuur:
Litteratuur:  Klep, P.M.M., A. Lansink en W. van Mulken, De kohieren van de gemeentelijke hoofdelijke omslag 1851-1922, 1e herziene versie van de uitgave Arnhem-Nijmegen 1982, gepubliceerd in de serie Broncommentaren van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (te raadplegen via de site www.historici.nl )}; Martien Veekens, De commissaris vertelt over Rosmalen, in: Rosmalla, 10(2000) nr. 1(april), blz. 24-26, oorspronkelijke verslagen van de Commissaris van de Koningin te raadplegen via de site www.bhic.nl (>lokale geschiedenis: Rosmalen); Wet van den 21sten September 1900, tot wijziging van artikel 240 c en artikel 243 der Gemeentewet (Stbl 164).
Bronnen: de kohieren van 1899, 1900, 1908 en 1911: Stadsarchief ’s-Hertogenbosch, Archief gemeente Rosmalen 1811-1932, inv.nrs.  751, 752, 760, 761; het heffingsbesluit van 1873: Archief gemeente Rosmalen 1811-1932, inv.nr. 8 (notulen vergadering gemeenteraad 14 november 1873); wijziging van dit heffingsbesluit in 1896: Archief gemeente Rosmalen 1811-1932, inv.nr. 10, fol. 104v-106 (notulen vergadering gemeenteraad 9 december 1896); het heffingsbesluit met verordening op de invordering van 1901: Archief gemeente Rosmalen 1811-1932, inv.nr. 10, fol. 197v-201r (notulen vergadering gemeenteraad 24 juni 1901); reclame R. Heijmans tegen zijn aanslag in de hoofdelijke omslag van 1907: Archief gemeente Rosmalen 1811-1932, inv.nr. 10, fol. 135v (notulen gemeenteraad 17 maart 1908); stukken betreffende de heffing en invordering van de hoofdelijke omslag 1852-1922: Archief gemeente Rosmalen 1811-1932, inv.nr. 704.

Kohieren:
• Kohier Hoofdelijke omslag 1899
• Kohier Hoofdelijke omslag 1900
• Kohier Hoofdelijke omslag 1908
• Kohier Hoofdelijke omslag 1911
VanHeumen.info - Villa van Remmers (Hintham 52)